Verslag workshop Leefbaar Zernike

Bij de workshop leefbaar Zernike waren drie gastsprekers:
Dhr. Samplonius, student-lid Faculteitsbestuur Wis- en Natuurkunde RUG,
Dhr. van Bussel, directeur architectenbureau pvanb architecten en
dhr. F. van Genne, Lector Vastgoed Hanzehogeschool Groningen.
De workshop voorzitter was dhr. L. Tiesinga, beleidsadviseur Hanzehogeschool Groningen.

Dhr. Samplonius gaf als eerste van de sprekers een presentatie. De presentatie van dhr. Samplonius had als introductie een recente studentworkshop van de afdeling Vastgoed en Investeringen van de RuG. Hierbij werd aan studentvertegenwoordigers de vraag voorgelegd wat zij concreet zouden willen zien aan studentvoorzieningen. Het blijkt dat de wens van studenten kan conflicteren met het doel van het Zernike om duurzaamheid te ontwikkelen. Uit deze workshop kwam naar voren dat de studenten behoefte hebben aan een bètacafé. Behoeften van studenten werden door Samplonius geanalyseerd aan de hand van de behoeftenpiramide van Maslow waarin hoogste fase Self-actualization is. Doordat door de welvaart en werkgelegenheid studenten veel vrije tijd hebben is de Quality of Life van studenten hoog. Volgens Dhr. Samplonius kan er aan duurzaamheid gewerkt worden door de stappen van Trias Energetica aan te houden:
· Terugdringen van onnodig energieverbruik, bijvoorbeeld energiebesparing in de vorm van goede warmte isolatie;
· Voor de resterende behoefte zoveel mogelijk duurzame energie inzetten, bijvoorbeeld wind, zon, biomassa of aardwarmte;
· Zuinig en efficiënt gebruikmaken van fossiele bronnen, als duurzame energie niet volstaan. Bijvoorbeeld door optimaal gebruik te maken van de CO2-arme elektriciteit van een afvalverbrandingsinstallatie.
Om de behoeftes te vervullen zonder de toekomst aan te tasten krijg je conflicterende belangen;
Aan de ene kant wil je topkwaliteit, gezelligheid en aan de andere kant ben je afhankelijk van de vraag en heb je duurzaamheid. De conclusie die dhr. Samplonius aan het einde van zijn presentatie trok was dat een keuze van studenten in het hoger onderwijs niet altijd gericht zijn op duurzaamheid.

De tweede spreker van was dhr. van Bussel, directeur architectenbureau pvanb architecten. De presentatie dhr. van Bussel had betrekking op de Campus omgeving. In zijn presentatie schetste dhr. Van Bussel de huidige situatie van de campus en de situatie die volgens hem ideaal zou zijn. Hierin is veel ruimte voor groenvoorziening op de campus. Dhr. Van Bussel is van mening dat de campus steeds meer een plek moet worden waar ontmoetingen plaats vinden met verschillende keukens in de gebouwen zodat een student die bv. Italiaans wil eten dit in het WSN gebouw kan doen, wanneer de student de volgende dag chinees wil eten hij dit in de Van Doorenveste kan. Hierdoor is de campus meer in beweging dan nu het geval. Andere ideeën die dhr. Van Bussel opperde waren het integreren van een atletiekbaan midden door de campus, verbouwen van eigen groente en fruit op de campus. Dhr. Van Bussel sloot zijn presentatie af met de stelling: Het kloppend hart van de Zernike Campus ontbreekt. Hier liggen kansen voor een duurzame, groene, innovatieve omgeving met verblijf, ontmoeting en kruisbestuiving.

De derde spreker was Ir. F. van Genne, Lector Vastgoed Hanzehogeschool Groningen.
Volgens Ir. F. van Genne hangt Duurzaamheid sterk samen met de mate waarin een product nu en in de toekomst waarde/kwaliteit biedt aan gebruikers. Dus ook de kwaliteit van de leefbaarheid is verschillend voor verschillende gebruikers. Volgens Ir. F. van Genne is
De kwaliteit van 'een campus' voor verschillende gebruikers ook niet overal gelijk. Die hangt af van de onderscheidende kwaliteiten die de campus biedt in relatie tot c.q. versus de kwaliteiten die buiten de campus worden geboden. Voor studenten uit Groningen geldt onmiskenbaar dat de stad 'aantrekkelijker' is dan Zernike. Het verleiden langer te komen en te blijven vergt andere zaken dan voor 'autostudenten'. Pas als je een visie hebt op hoe 'ZernikeCampus' door verschillende gebruikers wordt beleefd weet je wat je moet aanpassen.
De visie voor de Zernike campus moet realistisch zijn, je kunt voor de campus de visie hebben dat gebruikers in een mooi aangelegd park op zomerse dagen tussen de colleges van het weer genieten maar de realiteit is dat het in Nederland door het jaar heen voornamelijk regent waardoor het ideaal beeld niet klopt met de werkelijkheid. Ir. F. van Genne kwam aan het einde van zijn presentatie met de volgende stelling: Zernike is de kennis- Hornbach van de campus Groningen.

Na de presentaties van de drie sprekers, gingen de workshop volgers in groepjes van 6 to 8 personen uiteen om over de stellingen van de sprekers in discussie te gaan. Uit deze discussies moesten aanbevelingen komen voor het plenaire gedeelte van de middag.
De volgende aanbevelingen zijn uit de discussiegroepjes naar voren gekomen:

1. DOEN!! Realiseer in het gebied een begin met het doen van een aantal leuke zichtbare initiatieven. Zodat mensen het gebied gebruiken en elkaar tegen komen.
Er zijn veel concrete initiatieven en ideeën die met weinig geld kunnen worden gerealiseerd. Dat gaat veel sneller dan wanneer er eerst een totaalvisie komt. Ideeën zijn bijvoorbeeld: fruitbomen neerzetten, barbecueplaatsen (buiten),verschillende typen restaurants realiseren, een grote brug over het water, 50 bomen bijplanten (moet vanwege compensatie van kap van bomen). Dergelijke ideeën hoeven niet op een totaalvisie te wachten. Met fruitbomen, barbecueplaatsen e.d. realiseer je ontmoetingsplaatsen en wordt de gebruikswaarde vergroot. Van belang is dat het ook zichtbaar is.

2. Leefbaar Zernike is eetbaar Zernike, verhoog de gebruikswaarde van de omgeving.
Sluit nauw aan bij aanbeveling 1. Concrete zaken die genoemd waren fruitbomen en tuinen, bankjes en eetgelegenheid buiten, open uchtconcerten, een schaatsbaan.
3. Stimuleer het gebruik van bestaande voorzieningen, campus breed.
Door efficiënt van elkaars voorzieningen gebruik te maken wordt het ruimtebeslag op de Campus beperkt gehouden. Bijvoorbeeld gebruik van horecavoorzieningen en ruimtes voor studiedagen e.d.

4. Niet zomaar wat doen, ontwikkel eerst een visie op het gebruik van de Campus door verschillende gebruikers en ga na hoe het leuker en duurzamer kan.
Er zou eerst een integrale visie moeten komen op de ontwikkeling van de Campus en hoe dat duurzaam en leefbaar kan worden. Ook de bedrijven op het Zerniketerrein zouden daarbij betrokken moeten worden. Dus niet zomaar iets doen. Dit lijkt in strijd met aanbeveling 1. Of toch verenigbaar?


Terug naar de informatie over deze workshop